De stofwisseling, ook wel metabolisme genoemd, is een proces in de lichaamscellen waarbij een stof wordt omgezet in een andere. Het is dus letterlijk de uitwisseling van stoffen. Dit proces wordt ook wel stofwisseling genoemd. Door deze stofwisseling kan het lichaam energie uit voedsel halen om te functioneren. Uit groenten, fruit, vlees, vis enz. kan namelijk niet rechtstreeks energie worden opgewekt. Hiervoor moeten eerst verschillende processen in het lichaam plaatsvinden om deze stoffen bruikbaar te maken en te gebruiken als energie.
De stofwisseling in het menselijk lichaam is essentieel en heeft een aantal functies:
- Het omzetten van voedsel in bruikbare bouwstoffen voor het verkrijgen van energie.
- Het mogelijk maken van bouwstoffen en energie om biologische processen in het lichaam te activeren.
- Voor het verwerken van afvalstoffen en gifstoffen in het lichaam.
- Voor de productie en aanmaak van reserves in het lichaam.
Soorten bouwstoffen
Het lichaam is in staat minstens drie voedingsstoffen en bouwstoffen om te zetten in energie; eiwitten, koolhydraten en vetten. Elke bouwstof heeft zijn eigen proces en functie.
Eiwitten stofwisseling
Voor de eiwitstofwisseling is meer energie nodig dan voor de vet- en koolhydraatstofwisseling. Daarom wordt het metabolisme verhoogd door eiwitrijk voedsel te eten.
Koolhydraten stofwisseling
Bij de vertering van koolhydraten ontstaan drie eenvoudige suikers, elk met een eigen functie in het lichaam: glucose, fructose en galactose.
Vetten stofwisseling
Deze voedingsstof wordt gedeeltelijk gebruikt voor het opwekken van energie, maar het resterende deel wordt in het lichaam opgeslagen. Momenteel dient het als reservebrandstof en wordt het gebruikt wanneer er te weinig koolhydraten aanwezig zijn om als brandstof te dienen.